TERSCHELLING – Op de Terschellinger Boschplaat is deze week een nieuw meetsysteem aangelegd waarmee je kunt zien of de kwelder langzaamaan in zee verdwijnt of dat een reddingsplan ook echt werkt.
De aanleg van dat systeem begint met veel plastic palen, drie paarden, een wagen en een combinatie van sterke mannen, wetenschappers, vrijwilligers en een boswachter.
In een schuine streep over de kwelder plaatsen ze met behulp van paard en wagen op 25 plekken twee palen van de rand tot de zeereep aan de Noordzeekant. Elke paal steekt even hoog als de andere in de grond, zo verraadt een waterpas.
Eerste metingen
Gelijktijdig met de aanleg, komen ook de eerste metingen. Over de kop van beide palen wordt een metalen balk gelegd. In de balk zitten gaatjes en een vrijwilliger steekt daar een metalen staafje doorheen naar de grond. Zo wordt over de gehele lengte van de balk de afstand gemeten tot de grond.
En als je dat maar regelmatig doet, kom je er natuurlijk achter of de kwelder ook ophoogt, zoals voorzien in het reddingsplan.
Een rij houten palen ver uit de kust markeert de plek waar de kwelderrand vroeger was. De mannen reizen met paarden en tentenwagen over het Wad, waarbij de wielen een spoor trekken door wier, schelpen en zand.
Instorting
“Iedereen ziet natuurlijk dat de Boschplaat steeds een beetje korter wordt”, zegt boswachter Joeri Lamers.
Aan de Waddenkant slibt de kwelderrand nog wel op en wordt hij hoger. Maar op sommige plaatsen vormt zich een harde rand die dan onder druk van water en wind instort.
Daardoor wordt de kwelder kleiner. Op de oostpunt is iets anders aan de hand.
.
Een plastic paal wordt de grond ingeslagen
Daar slijt het zeegat tussen Ameland en Terschelling de punt van de kwelder af. Een nieuwe zandsuppletie van Rijkswaterstaat moet daar wat aan doen.
Voor de rust van de kwelder is iets anders bedacht als onderdeel van een veel grotere aanpak van de Boschplaat. En daarvoor worden er gaten en open plekken gemaakt in de duinen. Dat zal op zijn vroegst in 2029 gebeuren.
Een aannemer maakt dan zogenoemde kerven en een wash-over in de ooit door mensen gemaakte zeereep tussen de kwelder en de Noordzee. Dat betekent dat op sommige plekken waar zand uit de Noordzee op de kwelder belandt, die dus ophoogt.
“Reuze spannend”
Het nieuwe meetsysteem kan dat ook goed bijhouden. Maar het zijn niet alleen lokale zaken die een rol spelen op al die veranderingen op het oostpunt van Terschelling. Want het veranderende klimaat is er ook nog. Met daarbij een verwachte zeespiegelstijging.
“Dat wordt een reuze spannende”, zegt Albert Oost van Staatsbosbeheer.

De afstand naar de bodem wordt gemeten
Oost is morfoloog met een lang verleden bij Deltares en heeft veel kennis over hoe water en wind inwerken op het Waddenlandschap.
“De zeespiegelstijging is aan het versnellen. Wereldwijd, maar ook aan de Nederlandse kust. Hoe snel dat gaat is nog een beetje schimmig”, legt hij uit.
“Zo rond 2050 beginnen de eerste effecten van die zeespiegelstijging zichtbaar te worden en wordt het verschil tussen de zeespiegelstijging en de opslibbing merkbaar.”
Voor boswachter Lamers is het duidelijk waarom hij hier aan meewerkt: “Je wilt aan de ene kant de natuur een handje helpen door hem meer divers te maken. Maar je wil er ook voor zorgen dat de Boschplaat de zeespiegelstijging kan bijhouden”
Toekomst van de Boschplaat
En voor wie de komende jaren een wandeling maakt over de Boschplaat; je kunt er dan zomaar wat mensen tegenkomen die onderweg zijn met een metalen balk met gaatjes.
Dat is dan een meetploeg die door middel van metingen uit het verleden het mogelijk maakt om iets te zeggen over de toekomst van de Boschplaat.