TERSCHELLING – De vogelopvang op Terschelling bevindt zich niet in een steriele kliniek, maar in een oude stacaravan. De gepassioneerde vrijwilligers zetten zich dagelijks in om de gewonde vogels van het eiland op te knappen. En dat doen ze allemaal zelf; een uit de hand gelopen hobby.
“Iedereen wordt wel eens ziek. Maar het is een ander verhaal als je aangereden wordt, door een kat gepakt, of onder de olie zit,” vertelt Monique Reinders, beheerder van de vogelopvang. Ze vindt het lastig om te zien hoe de vogels van Terschelling lijden onder menselijke invloed.
Tekst loopt door onder de video
Normaal gesproken behandelt de opvang ruim vierhonderd vogels per jaar. Dit broedseizoen is het tot nog toe rustig bij de opvang. Naast slapende egels en nestelende torenvalken in een nabije boom, gebeurt er nog niet veel.
Een groot struikelblok voor Reinders is onwetendheid. Er zijn volgens haar veel mensen die denken te weten hoe ze met een gewonde vogel moeten omgaan, maar in werkelijkheid blijkt dit vaak averechts te werken. “Dan gaan ze water in hun bek druppelen. Dat moet je gewoon niet doen want dan komt het in de luchtpijp en ben je nog verder van huis.”

Volgens Reinders zou het al enorm helpen om de hond aan de lijn te houden, die hoort volgens haar niet in het weiland. Ook roept ze op om de polders te vermijden. Als het niet nodig is er aanwezig te zijn, kom er dan niet. “Laat de natuur een beetje de natuur zijn. En gezond verstand gebruiken, dat wil nog wel eens helpen.”
