TERSCHELLING – Heeft de gemeente Terschelling iets gevraagd van Coöperatie Victoria wat praktisch onmogelijk was? Die vraag hing woensdag nadrukkelijk boven de rechtszaak over de afgewezen inschrijving voor Campus Victoria. “Wij zijn een ongewenste koper.”
Een groep Terschellingers, verenigd in Coöperatie Victoria, probeert al enkele jaren de voormalige campus aan de Dellewal van de gemeente te kopen om er betaalbare huurwoningen te realiseren.
Volgens ondernemer en mede-oprichter van de coöperatie Martin Boekeloo wordt dat initiatief al vanaf het begin tegengewerkt.
“Wij zijn een ongewenste koper”, zegt Boekeloo. “Eerst werd ons burgerinitiatief afgewezen. Daarna moesten we via de rechter afdwingen dat de grond openbaar werd aangeboden. Vervolgens trok NHL Stenden zich terug en werden wij als enige overgebleven kandidaat alsnog afgewezen.”
Gelegenheidsargumenten
Woensdag stonden de coöperatie en de gemeente opnieuw tegenover elkaar, bij de kantonrechter in Leeuwarden. Inzet is de vraag of de gemeente de inschrijving van Coöperatie Victoria terecht heeft afgewezen.

De inschrijving voldeed volgens de gemeente niet aan de verkoopvoorwaarden, omdat de coöperatie niet had aangegeven met welke onderwijsinstelling zou worden samengewerkt en hoe die samenwerking eruit zou zien.
Advocaat Lisette Goeree van de coöperatie stelde dat de gemeente gelegenheidsargumenten gebruikt om de coöperatie af te wijzen en in haar verweer haar eigen verkoopvoorwaarden verkeerd uitlegt.
Volgens Goeree was de eerste fase nadrukkelijk bedoeld als een inschrijving op hoofdlijnen. De verdere uitwerking zou pas in een tweede ronde plaatsvinden, zo blijkt uit de opbouw van alle criteria.
“Hoe kan het dan dat juist bij het criterium onderwijs ineens een veel strengere uitleg wordt gehanteerd?”, vroeg zij zich af.
Dat betoog noemde gemeenteadvocaat Bernadette Raaijmakers “verre van objectief” en zelfs “gekunsteld”. Volgens haar was het criterium juist helder: een onderwijsinstelling moest met naam en toenaam in de inschrijving worden genoemd.
Kritische vragen
Een belangrijk deel van de zitting ging over de vraag hoe de verkoopprocedure precies moest worden gelezen.
De rechter vroeg de gemeente meerdere keren naar de achterliggende gedachte van de gekozen procedure. Daarbij merkte hij op dat de gemeente enerzijds stelt dat de criteria helder waren, maar anderzijds ook verwijst naar de voorgeschiedenis van het dossier om de gekozen opzet te verklaren.
De gemeente hield vol dat zij de inschrijving strikt moest toetsen om alle gegadigden gelijke kansen te geven. Volgens de gemeentelijke advocaten was het daarom niet mogelijk om de coöperatie na sluiting van de eerste inschrijfronde alsnog de gelegenheid te geven een onderwijsinstelling aan te dragen.

De rechter stelde daar kritische vragen over. Hij vroeg zich af hoe een initiatiefnemer binnen twintig werkdagen een onderwijsinstelling zover krijgt dat die zich aan een project verbindt.
“Stel ik ga naar Wetsus en zeg: we hebben een mooie locatie op Terschelling. Dan zal zo’n instelling toch eerst willen weten hoe het financieel zit en hoe de samenwerking eruitziet?”, hield hij de gemeente voor. “Terwijl die financiële uitwerking juist pas in een volgende fase aan bod komt.”
Namens de gemeente stelde advocaat Remco Sipman dat een concrete samenwerking wel degelijk vereist was. Er zou minimaal een intentieovereenkomst of andere schriftelijke toezegging nodig zijn geweest. “Alleen zeggen dat je op de koffie bent geweest is niet voldoende. Er moet iets op papier staan.”
Tegelijk erkende hij dat kritiek op de opzet van de procedure voorstelbaar is. “Ook de termijn van twee keer twintig dagen zou een volgende keer anders kunnen.”
Ook was er discussie over de vraag of de verkoopprocedure inmiddels is afgerond. De gemeente stelde dat de procedure na afwijzing van de inschrijving feitelijk ten einde is gekomen. De coöperatie bestreed dat en stelde dat de procedure nog altijd loopt zolang de afwijzing onderwerp is van een gerechtelijke procedure.
Twee smaakjes
Uitspraak volgt op 24 juni. Volgens de rechter zijn er in essentie “twee smaakjes”. Of de vordering van Coöperatie Victoria wordt afgewezen, waarna de ontwikkeling van Campus Victoria waarschijnlijk opnieuw via een volledig nieuwe procedure moet worden opgestart.
Of de vordering wordt toegewezen, waarbij de coöperatie nog een korte termijn van ongeveer twintig dagen krijgt om het plan aan te vullen en alsnog een onderwijsinstelling bij het project te betrekken.
De rechter benadrukte daarbij dat hij zich moet beperken tot de vordering die voorligt en niet kan ingrijpen in de bredere bestuurlijke of politieke afwegingen rondom de toekomst van de locatie. Een tussenweg tussen de partijen is niet aan de orde.
Ondertussen is de politieke context rond het project veranderd. Door de komst van een nieuw college en een nieuw coalitieakkoord zijn de plannen voor de toekomstige invulling van de locatie gewijzigd.
De gemeente gaat inmiddels niet langer uit van een combinatie van sociale huur en onderwijs, maar van sloop van de campus en de ontwikkeling van koopwoningen op de locatie. Voor de Oekraïense vluchtelingen die momenteel in het gebouw op palen wonen, zal andere woonruimte moeten worden gezocht.
Dat maakt de uitkomst van deze zaak niet alleen juridisch, maar ook bestuurlijk bepalend voor een mogelijk vervolg.